Pancreatitis of alvleesklierontsteking bij honden – behandeling, dieet en wat te verwachten

P

Pancreatitis is een aandoening waarbij de alvleesklier van de hond ontstoken is. Dit kan pijn rond de buik veroorzaken, evenals braken en een gebrek aan eetlust.

De alvleesklier is een klein maar zeer belangrijk orgaan in de buikholte, hij bevindt zich waar de ribben naar de taille toe taps toelopen. Het orgaan speelt een vitale rol bij de spijsvertering, dus een ontsteking kan leiden tot veel secundaire gezondheidsproblemen.

Een gezonde alvleesklier produceert spijsverteringsenzymen die naar de maag worden getransporteerd om voedsel af te breken. Bij honden met pancreatitis worden de enzymen die door de pancreas worden geproduceerd, in de pancreas geactiveerd in plaats van in de maag. Die enzymen beginnen de pancreasweefsels af te breken, wat leidt tot zwelling en pijn.

Over het algemeen wordt aangenomen dat een vetrijk dieet of consumptie van afval uit bijvoorbeeld de vuilnisbak belangrijke oorzaken van pancreatitis zijn. Vaak kan de oorzaak van een alvleesklierontsteking bij honden echter niet worden vastgesteld.

Wat zijn de symptomen van een alvleesklierontsteking of pancreatitis bij honden?

Er zijn verschillende symptomen waar een hondenbezitter op moet letten, variërend van mild tot ernstig. Sommige symptomen komen plotseling op, terwijl andere zich langzamer ontwikkelen.

De symptomen van een acute alvleesklierontsteking bij honden zijn:

  • Buikpijn
  • Herhaaldelijk braken
  • Diarree
  • Overmatige dorst
  • Uitdroging
  • Lethargie/zwakte
  • Flauwvallen/instorten

Als je hond deze symptomen vertoont, is het belangrijk om zo snel mogelijk naar de dierenarts te gaan. Plots optredende pancreatitis wordt gecategoriseerd als een noodgeval.

Chronische of langdurige pancreatitis is over het algemeen milder, maar ook deze aandoening kan zich ontwikkelen tot acute pancreatitis. Chronische symptomen zijn onder meer:

Advertantie


  • Algemene vermoeidheid
  • Verminderde eetlust
  • Zachte of losse ontlasting
  • Vermijden van voedsel
  • Buikpijn
  • Herhaaldelijk braken
  • Gewichtsverlies

Chronische pancreatitis komt niet zo vaak voor en de symptomen zijn over het algemeen gemakkelijker te behandelen.

Wat veroorzaakt pancreatitis bij honden?

In de meeste gevallen is de oorzaak van een alvleesklierontsteking onbekend, maar een klein aantal gevallen wordt toegeschreven aan honden die veel afval eten of voedsel eten met een hoog vetgehalte.

Verschillende onderzoekers hebben de risicofactoren voor het ontwikkelen van een alvleesklierontsteking bij honden onderzocht. Meestal kwamen ze tot dezelfde conclusie: honden met een hogere leeftijd, overgewicht, diabetes, schildklierproblemen of cushing lopen een hoger risico om een alvleesklierontsteking te ontwikkelen.

Mogelijke oorzaken van een acute alvleesklierontsteking:

  • Obesitas
  • Hogere leeftijd (>7 jaar)
  • Schildklierproblemen
  • Cushing
  • Diabetes
  • Nierfalen
  • Hartfalen
  • Autoimmuun aandoeningen
  • Leververvetting (hyperlipedimie)

Andere risicofatoren voor het ontwikkelen van pancreatitis:

  • Vet dieet
  • Medicijnen
  • Toxoplasmose
  • Verhoogde Calcium-niveau’s
  • Trauma
  • Pancreastumoren
  • Galstenen
  • Gifstoffen

Welke rassen zijn vatbaar voor pancreatitis?

Hoewel elk hondenras pancreatitis kan ontwikkelen, zijn dwergschnauzers en Engelse cocker-spaniëls bijzonder vatbaar. Dit komt door hun neiging om een hoog gehalte aan triglyceriden in het bloed te hebben.

Hoe wordt pancreatitis bij honden gediagnosticeerd?

Omdat de symptomen van pancreatitis lijken op andere spijsverteringsaandoeningen, is de diagnose niet altijd eenvoudig. Er begint een eliminatieproces, met tests inclusief bloedafname, echografieën en soms Röntgenfoto’s.

Een echografie kan helpen bij de diagnose van een alvleesklierontsteking. Een echo kan niet alleen afwijkingen van de klier aantonen, maar ook eventuele tumoren of afwijkingen bij andere organen. Bij afwijkingen kan er vervolgens een punctie genomen worden van de alvleesklier.

Röntgenfoto’s kunnen worden gebruikt om een obstructie in het darmkanaal, zoals een vreemd voorwerp uit te sluiten.

Honden met galstenen of een voorgeschiedenis van galstenen kunnen ook getest worden op pancreatitis. Galstenen kunnen de ductus pancreaticus blokkeren, waardoor de spijsverteringsenzymen het pancreasweefsel niet kunnen verlaten.

Wat is de behandeling van een alvleesklierontsteking bij honden?

Het verloop van de behandeling hangt af van het feit of de hond acute of chronische pancreatitis heeft. Milde symptomen kunnen worden behandeld met een combinatie van medicatie tegen braken, pijnverlichting en rust.

Als de hond een ernstige acture alvleesklierontsteking heeft, kan dit betekenen dat de hond in de kliniek opgenomen moet worden. De hond krijgt dan vaak gecontroleerde voeding of een voedingssonde, sterke pijnstillers en IV-vloeistoffen om het vochtgehalte omhoog te brengen. In sommige gevallen kunnen ook antibiotica worden voorgeschreven.

Vloeistoffen tegen uitdroging

Omdat een hond die braakt en diarree heeft veel vocht verliest, krijgt de hond vaak eerst vochttherapie met een infuus van fysiologisch zout.

Pijnstillers

Een ontstoken alvleesklier veroorzaakt veel pijn. Deze kan met behulp van verschillende pijnstillers onder controle gebracht worden.

Medicijnen tegen braken

Als de hond veel braakt, kunnen medicijnen tegen de misselijkheid en het braken gegeven worden om de maag tot rust te laten komen.

Homeopathie en thuisbehandeling bij alvleesklierontsteking

Thuis moet een hond met pancreatitis kleine en frequente maaltijden krijgen. Dit helpt de druk op het spijsverteringskanaal te verlichten en het braken, de diarree en buikpijn te verminderen.

Als de hond vaak braakt, kan het beter zijn even een halve dag tot een dag geen eten te geven, om daarna geleidelijk kleine beetjes van een vetarm, eiwitrijk voer te voeren.

Zodra de symptomen lijken te zijn afgenomen, moet lichte lichaamsbeweging opnieuw worden geïntroduceerd. Door de hond op een gezond gewicht te houden, wordt de kans op toekomstige ontstekingen kleiner.

Als je je hond met echte homeopathische middelen wil behandelen, moet je weten dat er discussie bestaat over de werkzaamheid hiervan. Neem contact op met een honden homeopaat voor de beste combinatie van middeltjes.

Advertantie


Homeopathie wordt vaak verward met fytotherapie. Het grootste verschil is, dat gebruikt gemaakt wordt van de kracht van licht verdunde, of onverdunde plantenextracten bij fytotherapie. Veel planten hebben heilzame effecten, en ook voor honden met een chronische alvleesklierontsteking zijn er plantenextracten die de hond kunnen helpen zich beter te voelen.

Natuurlijke supplementen die kunnen helpen bij symptomen van pancreatitis:

Zoals bij elk medicijn, is het wijs om advies in te winnen bij een geregistreerde homeopathische of holistische dierenarts. Overleg anders met je dierenarts als je je hond wil ondersteunen met thuismiddeltjes, omdat je de symptomen met de verkeerde middelen zou kunnen verergeren.

De aanbevolen behandeling hangt af van de oorzaak van de pancreatitis van je hond, evenals de voorgeschiedenis van je hond, zijn leeftijd en het gebruik van andere medicijnen.

Soms geeft een combinatie van supplementen en klinische behandelingen de meest effectieve resultaten.

Wat is het beste dieet voor honden met pancreatitis?

Verreweg het beste dieet voor pancreatitis is een neutraal dieet met zo weinig mogelijk vet. Vaak wordt geadviseerd om te beginnen met gekookte kip en rijst gedurende 2 of 3 dagen, waarna je geleidelijk kleine hoeveelheden vetarm hondenvoer kan introduceren.

Het geven van kip en rijst schijnt echter niet zoveel voordeel op te leveren als altijd wordt gedacht. Als je weet dat je hond hier goed op reageert, is het zeker een optie, maar er zijn ook andere opties die vaak beter uitpakken bij honden.

Voer voor honden die braken en diarree hebben:

Kip met rijst

De gekookte kip en rijst zouden gemakkelijk te verteren zijn. Rijst neemt vocht op, waardoor het zou kunnen helpen bij diarree. Dit dieet schijnt achterhaald te zijn, en heeft niet bij alle honden een positief effect.

Pompoen

Pompoen bevat veel vezels, mineralen en vitaminen, en kan daarom een gunstig effect hebben bij diarree en braken. Geef geen pitten en schillen.

Kip is een laag glycemisch voedsel, wat betekent dat het langzaam wordt verteerd en geen plotselinge schommelingen in de bloedsuikerspiegel of calciumspiegels veroorzaakt. Een zachte maaltijd vereist heel weinig van het spijsverteringskanaal, dus het heeft tijd om te rusten en de alvleesklier te laten genezen.

Vetrijke voedingsmiddelen zoals hotdogs, kaas en boter moeten worden vermeden, omdat ze herhaling van pancreatitis kunnen veroorzaken. Het voelt misschien logisch om speciaal voer voor herstel te geven, zoals Royal Canin Recovery, maar dit kun je beter niet doen omdat het teveel vetten bevat.

Maaltijden moeten worden verdeeld over 4 voedingen per dag, in het begin mag die minder zijn dan de dagelijkse energiebehoefte. Als het braken onder controle is en de hond tekenen van verbetering vertoont, kunnen de maaltijdporties geleidelijk worden verhoogd. Dit zou 4-7 dagen moeten duren.

Wat is het beste voer voor honden met pancreatitis?

De beste opties voor hondenvoer zijn merken die veterinair gecertificeerd zijn. Denk hierbij aan merken als Royal Canin, IAMS of Hills. Deze diëten worden vaak direct vanuit hun praktijk door dierenartsen voorgeschreven en zijn samengesteld met vetarme, vezelarme en gemakkelijk te verteren ingrediënten.

Voer dat geschikt is voor honden met een pancreatitis of andere alvleesklierproblemen:

Royal Canin Gastrointestinal Low Fat
Vetality Gastrointestinal Low Fat
HPM Veterinary Dietetic Dog – Gastro Digestive Support
Calibra Dog Veterinary Diets – Gastrointestinal and Pancreas
Specific Digestive Support CID

Als je een rauw dieet voert, moet je alle zuivelproducten elimineren en vasthouden aan één gemakkelijk verteerbare eiwitbron zoals kip of kalkoen. Groene groenten zijn geweldig voor extra vitamines en mineralen.

Ingrediënten met een hoog calciumgehalte moeten ook worden verminderd, aangezien hoge calciumspiegels in het bloed zijn toegeschreven aan pancreatitis. Dit betekent het verminderen of tijdelijk verwijderen van botten en eierschalen uit het dieet van de hond.

Als de alvleesklier niet meer goed werkt, bijvoorbeeld bij exocriene pancreasinsufficientie (EPI), is het nuttig om spijsverteringsenzymen toe te voegen aan het dieet. Je kunt dan bijvoorbeeld Zymosan Pancreaspoeder bijvoeren. Met de nuttige spijsverteringsenzymen die dit supplement levert, kan je hond zijn voedsel beter verteren.

Advertantie


Mag de hond eten tijdens een alvleesklierontsteking?

Vaak is het advies om de hond bij een alvleesklierontsteking geen eten meer te geven tot het braken minder wordt. Verschillende studies tonen echter aan dat eten geen negatieve invloed heeft op de alvleesklierontsteking, en zelfs een positieve invloed kan hebben op het herstel van de hond.

In principe mag je de hond gewoon voeren, ook als hij het voer af en toe weer uitbraakt. Als de hond echter veel braakt, en er een risico bestaat dat hij braaksel inademt, is het beter om 12 tot 24 uur geen eten te geven.

Geef daarna kleine beetjes water, en kleine beetjes voer met een laag vetgehalte. Zo kan de maag langzaam weer wennen aan het voer.

Kan pancreatitis bij honden andere aandoeningen veroorzaken?

Pancreatitis kan secundaire aandoeningen veroorzaken, zoals abcessen of peritonitis (een buikinfectie). Dit kan het immuunsysteem verder verzwakken en de kans op herstel van de hond verslechteren.

Na verloop van tijd kunnen herhaalde gevallen van pancreatitis permanente littekens in de pancreas zelf veroorzaken. Dit kan verdere spijsverteringsproblemen en meer ontstekingen van de alvleesklier veroorzaken. Weefselschade aan de pancreas kan ook diabetes mellitus of EPI (exocriene pancreasinsufficiëntie) veroorzaken.

Diabetes mellitus is een ziekte, waarbij de alvleesklier de bloedsuikerspiegel niet goed kan reguleren. De alvleesklier is verantwoordelijk voor het produceren en afscheiden van insuline als reactie op lage glucosespiegels in het bloed. Bij een diabetische hond maakt de alvleesklier ofwel niet genoeg insuline aan of bevat de alvleesklier geen insulineproducerende bètacellen.

Type I diabetes wordt veroorzaakt door een gebrek aan bètacellen, wat betekent dat de hond zelf geen insuline kan aanmaken. Deze aandoening wordt beheerd met een zorgvuldig dieet en dagelijkse insuline-injecties.

Type II diabetes is van toepassing wanneer honden zelf wel wat insuline kunnen aanmaken, maar niet genoeg om de bloedsuikerspiegel te reguleren. Dit komt vaker voor bij oudere honden en wordt over het algemeen behandeld met insuline-injecties, hoewel sommige honden goed reageren op orale medicatie.

Diabetes type III komt minder vaak voor. Deze aandoening wordt veroorzaakt door andere hormonen, zoals die welke vrijkomen tijdens de zwangerschap of door hormoonafscheidende tumoren.

EPI is een andere aandoening die wordt veroorzaakt door langdurige littekens of ontsteking van de alvleesklier. Hoe ernstiger de schade is, hoe minder spijsverteringsenzymen de alvleesklier kan produceren en afscheiden. Dit kan leiden tot EPI – exocriene pancreasinsufficiëntie. In eenvoudige bewoordingen worden er niet genoeg spijsverteringsenzymen uitgescheiden in het spijsverteringskanaal om voedsel af te breken.

Honden met EPI lijden vaak aan ondervoeding als gevolg van een lage opname van voedingsstoffen, overmatige honger, geleidelijk gewichtsverlies en diarree of zachte vette ontlasting.

In de meeste gevallen is EPI niet te genezen omdat het wordt veroorzaakt door pancreasbeschadiging. De beste manier van handelen is langdurige beheersing van de symptomen van de hond. In sommige gevallen lost EPI zichzelf op als de pancreasschade minimaal is en na verloop van tijd geneest.

Wat is een hersteltijd voor honden met pancreatitis?

De hersteltijd varieert tussen honden, het hangt af van de ernst van de aandoening, hoe snel de hond medische behandeling heeft gekregen en of hij andere gezondheidsproblemen heeft.

In ernstige gevallen zal de hond veel moete hebben om te herstellen van de alvleesklierontsteking, en de prognose zal verslechteren als de pancreatitis ook nog andere medische problemen heeft veroorzaakt.

Bepaalde medicijnen kunnen pancreatitis veroorzaken of de symptomen van pancreatitis verergeren, dus als je hond dagelijks medicatie nodig had, moet deze mogelijk worden aangepast.

Milde pancreatitis zou binnen een week moeten verdwijnen nadat de hond is behandeld. Bij ernstigere gevallen kan het tot een maand duren voordat de symptomen zijn verdwenen en deze honden hebben vaak eerst een behandeling in de kliniek nodig.

Is een alvleesklierontsteking bij honden dodelijk?

Helaas kan pancreatitis in ernstige gevallen dodelijk zijn. Oudere honden of honden met een verzwakt immuunsysteem lopen meer risico, evenals drachtige honden waarbij bepaalde medicijnen niet kunnen worden gegeven.

Bij honden met ernstige pancreatitis, of bij een plotseling begin van symptomen is de overlevingskans ongeveer 60% en herstel vindt plaats binnen 30 dagen na medische behandeling.

Honden die het helaas niet halen, overlijden meestal redelijk vroeg nadat de symptomen verschijnen, vooral bij acute pancreatitis waar de symptomen plotseling en ernstig zijn.

Wanneer moet ik overwegen een hond met pancreatitis in te laten slapen?

De beslissing om je hond in te laten slapen is nooit een gemakkelijke, maar soms is het de beste optie voor het welzijn van de hond.

In ernstige gevallen, of bij herhaaldelijk terugkomen van pancreatitis waarbij de symptomen slopend en langdurig zijn, kun je met de dierenarts overleggen over alternatieve behandelmethoden of over euthanasie.

Je kunt bij deze beslissing rekening houden met de doorlopende behandeling die je hond nodig heeft, zoals voedingssondes, operaties en herhaalde bezoeken aan de dierenarts. Ook de algehele kwaliteit van het leven van de hond is belangrijk.

Hier zijn een paar signalen om op te letten bij gevallen waarin euthanasie de vriendelijkste optie is:

  •  Onvermogen om zelfstandig te staan (vanwege ernstige lethargie)
  • Gewichtsverlies
  • Ondervoeding
  • Pijnmedicatie is niet langer effectief
  • Verlengde voedingsslangen zijn noodzakelijk
  • Prognose van dierenarts is minder dan 30-40%

Elk geval van pancreatitis is anders. Uiteindelijk moet je zelf de beslissing nemen op basis van de kwaliteit van het leven van de hond en de aanbeveling van de dierenarts. Een dierenarts heeft jarenlange training gehad, en veel ervaring met het beoordelen van de ernst van de situatie.

Wat kan ik verwachten bij een hond met pancreatitis?

Honden met beheersbare symptomen van pancreatitis kunnen thuis herstellen, zelfs bij langdurige pancreasbeschadiging.

Je mag verwachten dat je hond anders zal zijn qua persoonlijkheid, vooral wat betreft het energieniveau. De hond kan zich wat anders gedragen door buikpijn of misselijkheid.

Het is het beste om de voedingsroutine van de hond aanpassen aan de veranderingen in zijn spijsvertering. Om verdere opflakkeringen van pancreatitis te voorkomen, is het het beste om de hond 3 of 4 kleine maaltijden gedurende de dag te geven.

Kleine maaltijden belasten het spijsverteringskanaal minder, en vereisen minder spijsverteringsenzymen. Het betekent ook dat de alvleesklier niet zoveel spijsverteringsenzymen hoeft te produceren, dus er is een verminderde kans op verdere pancreasschade.

In langdurige gevallen kunnen honden incontinentie ontwikkelen, waardoor je voorbereid moet zijn op ongelukjes. Aanvallen van diarree en een opgeblazen gevoel komen ook vaak voor bij chronische pancreatitis. Door de symptomen en triggers te leren kennen, kan je beter reageren op de symptomen en de hond eerder naar de dierenarts brengen voor veterinaire interventie.

HondenGezond.nl wordt gesponsord door Washbar

Categorieën

Tags

Archieven